Weet waar je recht op hebt

Check jouw salaris, werktijden en meer in de cao horeca.

Download 'm nu
Invloed op je werk: wat als er geen OR of PvT is?
KENNIS
Invloed op je werk: wat als er geen OR of PvT is?

Werk je bij een bedrijf zonder ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PvT)? Dan heb je misschien minder invloed op belangrijke besluiten dan je denkt. En dat terwijl veel bedrijven verplicht zijn om medezeggenschap te regelen. In een eerdere blog schreef ik over het belang van medezeggenschap en wanneer een bedrijf verplicht is om een OR of PvT te hebben. Toch blijkt uit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat ongeveer de helft van de horecabedrijven die een OR zouden moeten hebben, deze niet heeft. Dat is zorgelijk. Vaak horen we dat een OR er niet komt omdat er te weinig belangstelling zou zijn. Of omdat medewerkers en werkgever denken dat ze alles onderling wel regelen. Toch biedt medezeggenschap veel voordelen voor zowel medewerkers als werkgevers.  Waarom medezeggenschap belangrijk is Bij De Horecabond vinden we het belangrijk dat medewerkers kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen over onderwerpen die hen direct raken. Denk aan: werkdruk roosters werktijden veiligheid veranderingen binnen het bedrijf Goede afspraken maak je samen. Wanneer medewerkers betrokken worden bij belangrijke beslissingen, voelen zij zich meer gehoord en betrokken. Veranderingen verlopen vaak soepeler, problemen komen eerder aan het licht en er ontstaat meer draagvalk voor besluiten. Ook zorgt betrokkenheid vaak voor meer werkplezier en motivatie. Medewerkers blijven daardoor vaker langer bij dezelfde werkgever. En daar profiteert ook de werkgever van. Wat kun je doen als er nog geen medezeggenschap is? Kleine bedrijven (tot 50 medewerkers) Praat met je collega'sBespreek samen wat er speelt op de werkvloer. Vaak blijken collega's dezelfde zorgen, ideeën of vragen te hebben. Samen sta je sterker dan alleen. Ga in gesprek met je werkgeverEen open gesprek kan veel opleveren. Werkgevers weten niet altijd wat er leeft op de werkvloer. Door signalen vroeg te delen, kunnen problemen vaak worden voorkomen. Richt een medewerkersgroep opIn kleinere bedrijven kan een informele medewerkersgroep een goede eerste stap zijn. Collega's kunnen samen onderwerpen bespreken en signalen doorgeven aan de werkgever. Zo ontstaat op een laagdrempelige manier een vorm van medezeggenschap. Later kan hieruit een PvT of zelfs een vrijwillige OR ontstaan. De personeelsvertegenwoordiging (PvT)Bedrijven met 10 tot 50 medewerkers kunnen een PvT hebben als de meerderheid van de medewerkers dat wil. Een PvT heeft minder rechten dan een OR, maar kan wel meedenken en advies geven over belangrijke onderwerpen. Wil je een PvT oprichten? Begin dan met een groep collega's die het initiatief wil ondersteunen. Peil vervolgens hoeveel draagvlak er binnen het bedrijf is. Dat kan bijvoorbeeld met een stemming via stembiljetten of een digitale tool. Zo vergroot je de kans dat er voldoende kandidaten zijn om de PvT te vormen. Voor een PvT zijn minimaal drie leden nodig. Vergeet de personeelsvergadering nietHeeft jouw werkgever geen PvT of vrijwillige OR? Dan moet er minimaal twee keer per jaar een personeelsvergadering plaatsvinden. Tijdens zo'n vergadering krijg je informatie over het bedrijf en kun je vragen stellen of je mening geven. Een medewerkersgroep kan voorstellen om deze vergaderingen aan het begin van het jaar alvast in te plannen. Zo weet iedereen waar hij aan toe is en kan iedereen deelnemen. Bedrijven met 50 of meer medewerkers Werk je bij een bedrijf met 50 of meer medewerkers? Dan is je werkgever wettelijk verplicht een OR in te stellen. Je hoeft niet af te wachten tot de werkgever hiermee komt. Ook medewerkers kunnen zelf het initiatief nemen. Praat met collega's over wat een OR precies doet en waarom medezeggenschap belangrijk is. Veel mensen denken dat OR-werk ingewikkeld is of veel tijd kost. Dat beeld klopt lang niet altijd. Als OR-lid heb je bijvoorbeeld recht op vijf scholingsdagen per jaar en minimaal 60 uur per jaar voor overleg en voorbereiding. Deze uren staan los van de vergadertijd.

Leden akkoord voorgenomen fusie FNV MOOI en De Horecabond
NIEUWS
Leden akkoord voorgenomen fusie FNV MOOI en De Horecabond

Het Ledencongres van De Horecabond heeft maandag 1 juni ingestemd met een voorgenomen fusie met FNV MOOI, de vakbond voor medewerkers in de uiterlijke verzorging, zoals kappers en nagelstylisten. Hiermee kiest De Horecabond nadrukkelijk voor groei, meer slagkracht en een sterkere positie voor werknemers in mensgerichte sectoren.  Volgens secretaris-penningmeester Erwin Gosselink en voorzitter Edwin Vlek past de fusie bij de ambitie om ook in de toekomst krachtig op te kunnen komen voor medewerkers in de gastvrijheid en aanverwante sectoren. “Voorwaarde is wel dat uit het boekenonderzoek geen financiële, fiscale of juridische risico’s naar voren komen die te groot of onvoldoende beheersbaar zijn”, benadrukken Gosselink en Vlek. De fusie past volgens Vlek ook bij de opdracht die De Horecabond van de leden heeft gekregen. “Onderdeel van die opdracht is dat we vernieuwend durven zijn en kansen benutten die ervoor zorgen dat we ook in de toekomst sterk kunnen opkomen voor medewerkers in de gastvrijheid. Daarom hebben we de keuze ook nadrukkelijk aan onze leden voorgelegd, want uiteindelijk hebben zij altijd het laatste woord.”  Gosselink: “Wij zijn ervan overtuigd dat dit de juiste stap is. Daarover hebben we de afgelopen periode intensief overleg gevoerd met de raad van toezicht, die deze koers nadrukkelijk steunt. Maar uiteindelijk bepalen onze leden de richting van de vereniging. Zoals Edwin zegt: onze leden hebben het laatste woord.” Meer overeenkomsten dan verschillen Het samengaan met FNV MOOI is minder vreemd dan het lijkt, onderstreept Gosselink: “Je kijkt altijd welke sectoren tegen elkaar aanschuren. Twee jaar geleden spraken we al over het ‘wijntje bij de kapper’ als voorbeeld van hoe sectoren steeds meer in elkaar overlopen. Door dat soort ontwikkelingen ga je in gesprek als daar een verzoek voor komt.” Gosselink vervolgt: “We zien meer parallellen: de flexibilisering van arbeid, de toename van zzp’ers. Bovendien zijn het allemaal sectoren waar het menselijke heel belangrijk is. Je ziet dat ook bij opleidingen: hospitality en wellness zijn bij verschillende opleidingen één richting.” Vlek: “Gastvrijheid is wat de sectoren bindt. Aan de andere kant zie je ook vergelijkbare uitdagingen: het aantrekken en behouden van talent en de onderwaardering voor het vak. In veel gevallen lijkt het te gaan om beroepen die je zomaar even zou kunnen, terwijl daar juist veel vakmanschap, kennis en mensenwerk achter schuilt.”” Waarom is deze fusie goed voor de leden van De Horecabond?Vlek: “Uitgangspunt bij alles wat we doen, is dat het in dienst is van onze leden. Door deze fusie vergroten we onze slagkracht. Daardoor kunnen we sterker lobbyen, onze belangenbehartiging uitbreiden en meer investeren in ondersteuning van leden. Dat was vanuit De Horecabond alleen niet haalbaar.” Gosselink: “Daarnaast kunnen we investeren in een sterkere organisatie achter de schermen, voor juridische ondersteuning, bedrijfsbezoeken en innovatie. We kunnen ook investeren in bijvoorbeeld meertaligheid, waar we nu al stappen in zetten.” De sectoren waarin FNV MOOI opkomt voor de rechten van werknemers schuren in veel gevallen tegen de sectoren recreatie, catering en horeca aan, schetst Gosselink. “Je ziet het al aan wellness bij hotels en het drankje bij de kapper. In de Verenigde Staten gaat dat nog verder: daar heb je al zaken waar je ‘s ochtends een powershake drinkt als ontbijt en tegelijkertijd een schoonheidsbehandeling krijgt.” Vlek: “Door samen te gaan voorkom je ook dat bonden vanuit verschillende sectoren bij dezelfde bedrijven aan tafel zitten en het gesprek over arbeidsvoorwaarden versnipperen. We willen voorkomen dat vergelijkbaar werk over verschillende cao’s wordt verdeeld. Werkenden zijn gebaat bij duidelijke afspraken en sterke vertegenwoordiging. Zo bouwen we aan een toekomstbestendige bond die sterker staat in een snel veranderende arbeidsmarkt.” Wat is nu de volgende stap?“Nu het Ledencongres heeft ingestemd, gaat de accountant onderzoek doen naar de financiën van FNV MOOI”, antwoordt Gosselink. “Als er geen onoverkomelijke bezwaren zijn, gaan we zorgvuldig werken aan het samenvoegen van de organisaties, met oog voor alle medewerkers. Uiteindelijk betekent het dat het Ledencongres in juni 2027 de fusie officieel bekrachtigt.”  Hoe zorgt De Horecabond ervoor dat de bond herkenbaar blijft voor alle leden?“Elke sector blijven we gericht benaderen, met een herkenbare eigen identiteit”, benadrukt Vlek. “Voor leden moet de dagelijkse dienstverlening goed en herkenbaar blijven. Wat zij vooral moeten merken, is meer kennis, bereik en slagkracht. Daarnaast gaan onze leden op bijvoorbeeld het Ledencongres ook leden van FNV MOOI tegenkomen.”  De Horecabond blijft sectorgericht werken en opkomen voor medewerkers in iedere sector afzonderlijk, benadrukken de twee bestuurders. “Campagnes en belangenbehartiging moeten passen bij de sector waarvoor ze bedoeld zijn. Tegelijk delen we de gezamenlijke basis die een sterke bond nodig heeft. Dat is met de MOOI-sectoren precies hetzelfde. De kapper betaalt niet mee aan horeca-campagnes en andersom.” Verandert er iets aan de naam?“We zijn officieel de Federatie Nederlandse Vakbeweging Horecabond, met als merknaam De Horecabond. Binnen die structuur krijgt FNV MOOI straks een herkenbare eigen plek, naast de huidige sectoren van De Horecabond”, is Vlek stellig. De Horecabond blijft dus De Horecabond. “Als het gaat om een naamsverandering van de vereniging, dan is het aan de leden.” 

Waarom ik lid ben van De Horecabond

"Omdat ik trots ben op mijn vak. Samen bereik je meer dan alleen!"

Word ook lid!